Voorbeeld teksten

Dialoog

Iets in Knokke

‘Waar gaan jullie op vakantie?’
‘We hebben iets in Knokke.’
‘Sorry?’
‘Ja, wij hebben iets in Knokke.’
‘Iets?’
‘Ja, een appartement. Een appartementje. Een studio eigenlijk.’
‘En jullie brengen daar jullie vakanties door?’
‘Ja, we moeten wel. We zijn er nog voor aan het afbetalen.’
‘Is dat dan niet vervelend, iets hebben in Knokke.’
‘Ik ben het allang beu.’
‘Waarom heb je het dan gekocht?’
‘Iedereen van onze vrienden deed het, en wij hadden het gevoel dat we niet achter konden blijven.’
‘Maar nu zit je ermee. Je kan niet meer naar het buitenland op vakantie. Iedere zomer naar Knokke. Beurk.’
‘We hadden gedacht dat de kinderen het leuk zouden vinden, maar die haten Knokke. Het is ook te klein.’
‘Waar ligt het? Op de dijk?’
‘Nee, ergens achterin.’
‘Ik begrijp je gevoel.’
‘En die files! Om gek van te worden.’
‘Het is de moeite niet om er in het weekend naar toe te gaan, omdat je zo lang in de auto zit.’
‘Die E40 rond Gent, daar zijn ze altijd aan het werken.’
‘En rond Aalter ook zeker.’
‘We worden er depressief van.’
‘Iets in Knokke; het is natuurlijk een statussymbool. Het bekt wel goed. Als je zegt, ik heb iets in Knokke dan zeg je eigenlijk: ‘Ik heb het gemaakt’. Ja, het bekt wel goed, ‘we hebben iets in Knokke’.’
‘Het is beter dan wanneer je zegt, we hebben iets in Lombaardsijde, of we hebben iets in Bredene.’
‘Nu, voor het geld dat je voor je achterafstudiootje in Knokke betaalt, had je een driekamerappartement op de dijk in Bredene of Lombaarsijde kunnen kopen.’
‘Maar onze vrienden zitten niet in Bredene of in Lombaardsijde.’
‘Dat is waar natuurlijk. Zou je overwegen om het te verkopen?’
‘Dan verliezen we eraan en het is nog niet afbetaald.’
‘Wat een dramatische situatie.’
‘Mijn vrouw zegt wel eens dat het een luxeprobleem is.’
‘Rijkemensenmiserie.’
‘Als we echt rijk waren, dan zaten we nu op de dijk, met een prachtig zicht op de zee. Ik hou wel van de zee.’
‘Je hebt het gekocht omdat je erbij wilde horen, met die poenige vrienden, ook als je het je eigenlijk niet kan veroorloven.’
‘Ja… Triestig, hé.’
‘En je dan nog verplicht voelen om elke keer naar die chichi en kaka te trekken, dik tegen je goesting en in die eindeloze file.’
‘God, je hebt gelijk. Zo heb ik er nog nooit over nagedacht, dat we ons zo in de ellende gestort hebben.’
‘En alleen maar om te kunnen zeggen ‘We hebben iets in Knokke’. Wat ga je nu doen?’
‘Verkopen, die handel. Het maakt me ziek, en diep ongelukkig. Eigenlijk moet ik die mensen niet.’
‘Denk es aan al die bestemmingen die je gemist hebt, Zuid-Afrika, Groenland, Canada, Thailand, China, Japan.’
‘Ga jij daar op vakantie?’
‘Ah ja, wij hebben niets in Knokke. Wij gaan een maand in Zuid-Amerika rondtrekken.’
‘Godverdomme.’






Column

De Nadia

Jacky is een vriendelijke, goeduitziende zestiger. Gepensioneerde sportleraar, hij reist graag met zijn vrouw Erna, en hij renoveert de huizen van zijn kinderen, Wim en Nadia. Dertigers met een eigen gezin. Al twintig jaar komt hij naar hetzelfde skihotel in het Zwisterse Braunwald, met het gezin van zijn dochter. Wij schuiven wel eens bij elkaar aan tafel, Vlamingen in de wereld, en Jacky vertelt graag over de verbouwingen die hij gedaan heeft.
‘Bij de Wim, heb ik het gebouw helemaal gestript, en van binnen alles nieuw gezet. Bij de Nadia, was er minder werk.’
Er valt ineens een grote stilte, het is alsof Jacky een bom gedropt heeft.
‘De Nadia’, roept Nadia verschrikt uit. ‘De Nadia, pa, da zegde toch nie.’
De Jacky kijkt wat verbouwereerd, en moet dan toegeven. ‘De Nadia, waarom zeg ik dat nu?’
‘De Erna, dat zeg je toch ook niet tegen mij’, valt Erna in. ‘En de Frieda, dat trekt er ook niet op’, vervolledigt mijn echtgenote het verontwaardigde lidwoordvrije vrouwenfront.
Jacky kijkt hulpeloos naar mij alsof ik het antwoord weet.
‘Tja’, denk ik luidop. ‘Dat lidwoord voor een eigennaam, dat is blijkbaar alleen voor mannen. De Jacky, de Bruno, de Jan. Vreemd. En dan enkel voor een voornaam, en niet voor een eigennaam. Den Yves, maar niet de Leterme, de Sven, maar niet De Nys. ‘
‘De Sven Nys, dat heb ik toch al gehoord,’ oppert Bruno, de man van Nadia.
‘Awel, de Nadia, dat zegt niemand, zegt (de) Nadia nog eens.
‘In Limburg wordt dat lidwoord voor een naam niet gebruikt, en ook in de Vlaanders niet. Het is typisch iets van Brabant en Antwerpen. Mooi onderwerp om een thesis over te schrijven.’, denk ik nog steeds hardop.
‘Ja, maar waarom’, vraagt mijn dochter Pauline, die ineens aan haar vermaledijde lessen Nederlands moet denken. ‘Een eigennaam is iets heel anders dan een gewoon substantief, het verwijst naar iemand uniek, en dan kan je toch geen lidwoord gebruiken. Anders wordt het een soortnaam.’
We staan allemaal even paf van zoveel taalkundig inzicht.
‘De mama’, roept Nadia ineens uit. ‘Wij zeggen vaak ‘de mama’. Zoals een moeder tegen haar kind dat iets stout gedaan heeft. Ik heb het vorige week nog gehoord. ‘Nu is de mama heel boos.’
‘Die mama spreekt over zichzelf in de derde persoon, zoals Eddy Wally. Dat kind zal nog veel trauma’s van de mama overhouden.’ Pauline is echt niet op haar mondje gevallen.
‘Je gebruikt die ‘de’ voor een mannelijke eigennaam als je het over hem hebt. Ik kan tegen Bruno zeggen: de Jacky is ene toffe gast, maar ik kan niet tegen de Bruno zeggen: de Bruno, je bent een toffe gast. Ik vind het eigenlijk wel een sympathieke uitdrukking, er spreekt vertrouwen uit, bekendheid. Ik denk niet dat je dat zou zeggen over iemand die je echt niet moet hebben.
Dus, Nadia, de Nadia is eigenlijk een uiting van liefde.’
‘Allee, dan is het goed.’






Recensie

De premier, de oorlog en zijn geliefde

De Engelse auteur Robert Harris is een speciaal geval. Met de regelmaat van een Zwitsers uurwerk produceert hij historische thrillers die gegarandeerde bestsellers worden. Op dertig jaar tijd heeft hij 16 succesvolle romans geschreven waarvan het merendeel verfilmd is. Zijn werkwijze is eenvoudig: ‘Ik begin een boek op 15 januari en ik beëindig het op 15 juni.’ Hij heeft nog maar net de pocketuitgave van Act of Oblivion in de luchthavenshops gedeponeerd, over de moordenaars op koning George I die in de Amerikaanse kolonies onderdak zoeken, of hij verrast met Precipice, over de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog en de Britse premier die een passionele liefdesverhouding heeft met een dertig jaar jongere vrouw. Tegelijk melden de media ons dat één van zijn vorige romans, Conclaaf, over een spannende pausverkiezing met moord, dit najaar de bioscoopzalen zal aan doen, met Ralph Fienes, Stanly Tucci en Isabella Rosselini als geslepen non. Harris is ook bekend van zijn drie Cicero romans, Lustrum, Imperium en Dictator die door de burgemeester van Antwerpen verslonden worden, van V2 over de bommen die vanuit de Scheveningse bossen London in WOII bedreigden, van An Officer and a Spy, over de Dreyfus affaire, van Ghost over de moord op Tony Blair en een ghostwriter die diens memoires moet redigeren. De laatste twee trouwens verfilmd door zijn goede vriend Roman Polanski.

Harris, van eenvoudige afkomst uit Nottingham, kon in Cambridge studeren en begon als journalist en verwierf bekendheid door zijn démasqué van Hitlers vervalste dagboeken. Hij brak door als romancier met Fatherland, over diezelfde Hitler die de oorlog gewonnen had en het Europa van de jaren zestig in een stevige greep heeft. Zijn vijfenzeventigste verjaardag brengt heel wat spanningen met zich mee. Ook verfilmd, met Rutger Hauer in de hoofdrol.

Om volledig te zijn: Pompei, over de uitbarsting van de Vesuvius en de corruptie met het waterbeheer, Archangel over Jozef Stalin die nog onder ons is, Munchen 1938 over de Britse premier Chamberlain die zich door Hitler een loer laat draaien. The second sleep speelt zich af in de toekomstige middeleeuwen en leest iets minder vlot. En The Fear index, een hedendaagse thriller over corrupte bankiers.

Harris neemt steevast een mediageniek historisch gegeven, leest zich grondig in, geeft er een stevige draai aan, maakt er een spannend verhaal van en zorgt voor een spoedige verfilming. Succes gegarandeerd. 30 miljoen stuks verkocht, en hij blijft maar doorschrijven. Robert Harris zou volgens de Spectator beschikken over de hoogste rebuying rate en customer loyalty van de hele Engelse schrijverbent. Dat betekent dat elke Harris-lezer automatisch het nieuwste Harris boek koopt, daar enhousiast over is en hem bij zijn/haar vrienden aanbeveelt. Een gezond handelsfonds dus.

Precipice. We schrijven begin juli 1914. De liberalen zijn aan de macht in Londen, met een volstrekte meerderheid. Herbert Henry Asquith is eerste minister, Winston Churchill en Lloyd George zitten in zijn kabinet, en zagen aan de poten van zijn stoel. Politiek rumoerige tijden. De Ierse kwestie raakt maar niet opgelost, vrouwen willen stemrecht en sociale hervormingen zijn nodig. In Sarajevo vermoorden Servische nationalisten de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie. Tijdens een bezoek aan de stad lost de Bosnisch-Servische Gavrilo Princip twee dodelijke schoten op het echtpaar. Sarajevo, 28 juni 1914. Het precaire politieke evenwicht in Europa wordt met een klap zwaar verstoord. Oostenrijk-Hongarije verklaart de oorlog aan Servië. Servië had een verdrag met Rusland. Rusland had verdragen met Frankrijk, de Frans-Russische Alliantie, en met Groot-Brittannië, de Triple Entente. Oostenrijk had een verdrag met Duitsland en met Italië, de Triple Alliantie, en Duitsland had een verdrag met het Ottomaanse Rijk. Door deze verdragen ontstond uit de oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië de Eerste Wereldoorlog. Onafwendbaar tuimelt Europa in een oorlog waarvan iedereen zich afvraagt, wat doen wij hier. Engeland had er eigenlijk weinig mee te maken, maar werd er toch in meegesleurd door Duitsland dat België binnenviel. Aan de Somme vallen honderdduizenden Franse en Duitse soldaten, en de ellende aan het IJzerfront kennen we maar al te goed. Een miljoen Engelse soldaten zullen het leven laten, en de mannelijke bevolking van het UK is voor decennia gedecimeerd.

Die onvermijdelijke maar overbodige oorlog komt in de zomer van 1914 op het bord van PM Asquith, die andere dingen aan zijn hoofd heeft. Hij, een 62 jarige advocaat, is smoorverliefd op Venetia Stanley, een fraaie 30 jarige socialite en vriendin van zijn dochter. De liefde wordt gereceproceerd, ze schrijven talloze brieven aan elkaar en wanneer ze de kans zien en Aqsuith zijn agenda het toelaat, gaan ze een toertje rijden in diens grote dienstauto, een Napier V8. Dat gebeurt meestal vrijdagnamiddag, wanneer ze zich op de achterbank verliefd tegen elkaar kunnen aanschurken, terwijl ze de politiek van de dag bespreken.

Het is een merkwaardige relatie en de 560 brieven die Asquith écht aan Stanley schreef zijn bewaard gebleven, en worden door Harris gretig geciteerd in Precipice. Soms tot drie keer per dag schreef hij, ook tijdens vergaderingen van het oorlogscabinet. Terwijl de collega’s discussiëren over het uitsturen van nog eens 100.000 soldaten naar Frankrijk en naar de Dardanellen, schreef Asquith billet doux aan zijn geliefde. ‘Without you I am only half a pair of scissors. I love you more that words can tell. Your own devoted lover’. De brieven van Venetia aan HH zijn niet bewaard gebleven, die heeft Harris verzonnen.

Tot zover een redelijk normale situatie voor de Engelse politiek en high life. Denk aan John Major en Edwina Currie, aan Charles en Camilla, John Profumo en Christine Keeler, het libido van Boris Johnson. Macht en seks gaan goed samen. Asquith heeft zeven kinderen, vijf bij zijn aan typhus overleden vrouw Helen Melland en twee bij zijn huidige vrouw Margot. Niettemin heeft hij een zwak voor jonge vrouwen en voor de fles. Clementine Churchill klaagde over Asquiths gewoonte om in decolletés te turen, terwijl de socialite Lady Ottoline Morrell protesteerde dat Asquith ‘de hand van een dame zou pakken als ze naast hem op de bank zat, en haar zijn rechtopstaande instrument onder zijn broek zou laten voelen’. Een andere vrouw klaagde over zijn ‘kwijlende, hoge dij-strelende avances’.

Asquith en Venetia zijn evenwel echt verliefd, zij is onder de indruk van zijn intellect en zijn zacht karakter en hij deelt top secret documenten met zijn geliefde, en smijt zelfs achteloos cruciale telegrammen van oorlogsambassadeurrs uit de auto tijdens hun liefdestochtjes. Dat komt de geheime dienst ter hore, en die vermoedt zware inbreuken op de Official Secrets Act. MI5 wordt ingeschakeld, maar aan wie moet die rapporteren? De hoogste baas is Asquith zelf. ‘Mijnheer de eerste minister, we hebben een staatsgevaarlijke zaak ontdekt die de veiligheid van onze soldaten ernstig kan bedreigen.’ Een ijverige inspecteur, Paul Deemer, wordt op de zaak gezet, en die ontdekt de hele affaire. Hij slaagt erin alle brieven te bemachtigen door de traagheid van de British Mail, leest ze grondig en brengt verslag uit bij zijn baas. Hij is getuige van een aandoenlijke liefdesaffaire, heeft sympathie voor emoties van de geliefden.

Asquith is mentaal en emotioneel helemaal afhankelijk geworden van Venetia die hem adiviseert op cruciale politieke en miltaire aangelegenheden. Venetia begint het evenwel beu te worden, moet aan haar toekomst denken en besluit Asquith te dumpen en met zijn vriend, de lelijke, rijke jood Montagu te trouwen. Asquith is ontroostbaar, gaat onder liefdesverdriet gebukt en in december 1916 wordt zijn regering gewipt door Lloyd George.

Harris heeft, naar goede gewoonte, historische feiten grondig bestudeerd, en vermengd met fictieve gegevens om het verhaal vaart en spanning te geven. Dat is niet helemaal gelukt en het hele verhaal is, gezien onze kennis van de geschiedenis, behoorlijk voorspelbaar. Asquith demissioneert, de oorlog duurt tot 1918 en Venetia trouwt. Een gruwelijk huwelijk, trouwens. Europa hangt helemaal in de touwen, en WOII kondigt zich al aan.

Een groot stuk van het boek bestaat uit de briefwisseling tussen Asquith en Venetia en die is redelijk saai en klef. We voelen mee met Deemer die dat allemaal moet lezen. Hoe sappig het moge lijken, er zit niet genoeg jus in het echte verhaal (een ontrouwe toppoliticus) , noch in het fictieve kader van de MI 5 zoektocht. Wel geeft Harris een interessant beeld van het uitbreken van WOI, van de politieke besluitvorming, en de manier waarop de Engelse aristocratie zich vermeit. De oorlogszuchtige Churchill beleeft hoogdagen en hij heeft snel begrepen dat Asquith een stevig boontje heeft voor Venetia, die trouwens een nichtje van zijn vrouw Clementine is. De verschrikkelijke campagne op de Dardanellen waarmee Churchill een tweede front wilde openen, heeft honderdduizenden de dood in gejaagd. Asquiths’ zoon Raymond laat het leven aan het Franse front.

Precipice is redelijk lauw ontvangen in de UK. Een premier verliefd, wat is daar nog interessant aan? De vraag die de vakpers wel bezighoudt is of Asquith en Stanley hét gedaan hebben. Harris suggereert voorzichtig dat er iets lichamelijks heeft plaatsgevonden in een Welshe baai. Of het meer was dan ‘gefrotteer’ van lichaamsdelen die door textiel van elkaar gescheiden zijn, valt niet helemaal uit te maken. Precipice is duidelijk niet de beste Harris. Een beetje saai en voorspelbaar, eigenlijk.

Robert Harris, Precipice, Hutchinson Heinemann, 2024, 450 pagina’s.






Artikel

'As ze mè maar verston.’ Dat riep een laatstejaars Economie aan een Koninklijk Atheneum in een Vlaams-Brabantse gemeente, toen ik mijn Vlajo uiteenzetting over taal en commercie had beëindigd. De lerares Economie knikte instemmend. Ze maakte geen opmerking over het platte dialect dat in de uitroep van de jongen doorklonk, de èèè in plaats van de tweeklank ei, en de o in plaats van de aa. Het gevecht voor de Nederlandse diftongen en de open aa heeft ze al lang opgegeven, waarschijnlijk nooit aan begonnen. Een andere leerling riep: ‘Dienen achterlijke kan alleen maar smiley’s lezen.’ De hele klas barstte uit in hard en wreed gelach.

En ik dacht, wat doe ik hier? Binnen enkele jaren, wanneer deze jongelui een eigen zaak hebben, of een commerciële functie in een belangrijk bedrijf uitoefenen, zullen ze hun taal op een verstandige, creatieve manier moeten kunnen gebruiken. Het wordt hun belangrijkste werk- en machtsinstrument. Wat doen zakenmensen anders dan vergaderen, presentaties geven, memo’s schrijven, instructies geven, contracten onderhandelen, overleg plegen, praten met klanten? In een postindustriële dienstenmaatschappij zijn het vooral woorden die men produceert. Wie het discours beheerst, de agenda bepaalt en het hoge woord kan voeren, die heeft het voor het zeggen.

Met een dergelijke minimalistische taalopvatting zal deze jongen de boot missen. ‘Verston worden’ is niet genoeg. Goed communiceren gaat uit van de bereidheid om de dingen klaar en helder uit te leggen en daarbij rekening te houden met de kennis van de toegesprokene. Goed communiceren houdt in dat men checkt of de boodschap op de juiste manier werd ontvangen. Goed communiceren heeft alles te maken met het vermogen om te luisteren. Zaken die we op school zouden moeten leren. Maar nee, de juffrouw lacht gezellig mee en kiest voor de weg van de minste weerstand, en laat haar leerlingen gehandicapt de harde, wijde wereld instromen.

‘De vrede van een pensioen op twintigjarige leeftijd,' noemde de dichter Herman de Coninck dit in zijn Hard op de Tong lezing in 1985. Hij trok toen al van leer tegen de nivellerende gemakzucht van het onderwijs, de secundaire analfabetisatie waar de beeldcultuur de jongelui mee opzadelde. Het langzame, bedachtzame woord, dat aandacht vraagt voor zichzelf en voor zijn betekenis; de poëzie, dat was een tegengif tegen de luie meegaandheid en de middelmatigheid.

Door zijn naïef functionele taalopvatting snijdt onze jonge vriend zichzelf niet alleen af van een succesvolle carrière, hij belet zichzelf ook om na te denken. Woorden dienen niet alleen om ‘verston’ te worden, maar ook om na te denken, om complexe redeneringen te maken, om de wereld op genuanceerde wijze te begrijpen, om de retoriek en leugens van politici te doorprikken.

Herman de Coninck noemde zijn uiteenzetting ‘Een pleidooi voor moeite’. De moeite die je moet doen om de werking van de taal te begrijpen, en te bewonderen, de moeite die je moet doen om de wereld te begrijpen, de moeite die je moet doen om van de literatuur te genieten. Het onderwijs en de mediatieke samenleving hebben ons in een canapé van zelfgenoegzame gemakzucht genesteld. In die canapé slikken we alles wat op ons afgevuurd wordt, lamme lemmingen zijn we geworden. Sinds De Conicks noodkreet is het maar erger geworden. Lees onderwijsspecialist Wouter Duyck, naar aanleiding van de Progress in International Reading Literacy Study van 2016. ‘Geen enkel land ging qua leesprestaties in 10 jaar tijd meer achteruit dan Vlaanderen. De achteruitgang bedraagt 22 punten, wat ongeveer overeenkomt met een half jaar cognitieve ontwikkeling. Het duurt nu dus een half (leer)jaar langer vooraleer kinderen in het vierde leerjaar hetzelfde niveau halen als 10 jaar geleden.’

Een minister die zelf een gruwelijk taaltje kwaakt en die in onderbroek voor een klas gaat staan om de sympathieke idioot uit te hangen, heeft het maar erger gemaakt en zijn opvolgster, de would-be burgemeester van Genk – geef mij onderwijs of ik breek het kot af – geeft aan dat narcistische carrièreplanning veel belangrijker is dan behoorlijk onderwijs verstrekken.

We drukken ons niet alleen uit als amechtige hottentotten, we kunnen ook niet meer lezen! Zover de kracht van verandering.

De sleutel is de taal, de taal is de sleutel. Ze is er, ze ligt er voor het grijpen. Ze is gratis. Gratis meegekregen van vader en moeder. De taal die we moeten beheersen, begrijpen, bewonderen, koesteren omdat ze zoveel te zeggen heeft, en verafschuwen omdat ze ons vaak sprakeloos laat.

De laatste twintig jaar is het van kwaad naar erger gegaan met de manier waarop we met onze taal en onze communicatie omgaan.

Een nieuw communicatieplatform heeft zich doorgezet en het heeft onze levens en communicatieprocessen grondig veranderd: sociale media en meer in het bijzonder Facebook. Mensen zijn ook veel ruwer en hatelijker met elkaar gaan communiceren, op die sociale media, maar ook op de trein, in de winkel, op de werkvloer. Vooral rechtse politici hebben de haatspraak ingevoerd en daar een gretig publiek voor gevonden. Het gaat niet meer om feiten en waarden, maar om onderbuikgevoelens die met opruiende taal geëxploiteerd worden. De simpele notie waarheid is geërodeerd tot een irrelevante categorie en de leugen wordt geslikt alsof het een afrodisiacum is. Nepnieuws, fake news, alternative facts zijn vaste prik geworden in het wereldwijde mediagebeuren.

Tegelijk is een wereldwijde beweging rond ‘positieve communicatie’ en ‘non-violent communication’ op gang gekomen, die drijft op begrippen als empathie, respect en zachtaardigheid. Het straffe hiervan is dat het gesupporteerd wordt door neurologen – breinkundigen – die met fMRI scans kunnen aantonen dat bepaalde woorden positieve effecten op de biochemische huishouding in ons hoofd hebben, en dat oefeningen in bijvoorbeeld traag en duidelijk spreken een heilzaam effect hebben op onze gemoedsgesteltenis, en die van onze medemens.

Onze taal kan ons niet alleen slim, maar ook gelukkig maken.



HI en AI

De volgende vraag gesteld aan Google Gemini: dag Gemini, kan je een homilie schrijven voor de misviering van Kerstmis? Dit is het antwoord:

Zeker, hier is een voorbeeld van een homilie voor de misviering van Kerstmis. Het is geïnspireerd door de zoekresultaten die ik heb gevonden, maar het is wel door mij geschreven. Het is maar een voorbeeld, en het is aan de priester om te beslissen wat hij wel en niet wil gebruiken.

Homilie voor de misviering van Kerstmis

Broeders en zusters in Christus,
Vandaag vieren we Kerstmis, de geboorte van onze Heer Jezus Christus. Het is een tijd van vreugde en geluk, een tijd om samen te zijn met familie en vrienden. Maar Kerstmis is meer dan dat. Het is een tijd om stil te staan bij de betekenis van Jezus’ geboorte.
Jezus is geboren uit liefde voor ons. Hij is de Zoon van God, die mens is geworden om ons te verlossen van de zonde. Hij is het licht dat in de duisternis is gekomen, om ons de weg naar God te wijzen.
In deze tijd van het jaar zijn we vaak bezig met uiterlijkheden. We kopen cadeaus, versieren ons huis en gaan naar feestjes. Maar laten we niet vergeten waar het echt om gaat. Laten we ons hart openstellen voor de liefde van God, die ons in Jezus Christus is geschonken.
Laten we net als de herders naar Bethlehem gaan, om het Kind in de kribbe te aanbidden. Laten we net als de wijzen uit het Oosten geschenken meebrengen: niet van goud, wierook en mirre, maar van liefde, vrede en gerechtigheid.
Laten we het licht van Kerstmis laten schijnen in ons eigen leven en in de wereld om ons heen. Laten we getuigen zijn van de liefde van God, door goed te zijn voor elkaar en om te zien naar de mensen die het moeilijk hebben.
Ik wens u allen een Zalig Kerstfeest!


Liturgie is gebaseerd op formele en stereotype woordenreeksen. het kan dus voor een AI computer niet zo moeilijk zijn om een homilie voor Kerst te schrijven, kerst is het meest bezochte kerkfeest waar de boodschap van Christus het best gearticuleerd wordt. Het verschil tussen een priester en de computer is in dezen erg klein. Misschien een oplossing voor het tekort aan priesters, een robot die de mis doet.



De computer neemt over

Dag Gemini, kan je een tekst schrijven in de trant van Jan Flamend?

Dag! Jazeker, ik kan proberen een tekst te schrijven in de stijl van Jan Flamend. Om dat zo goed mogelijk te doen, is het handig om te weten welk aspect van zijn stijl je bedoelt. Jan Flamend is namelijk actief op verschillende terreinen, en zijn schrijfstijl kan variëren afhankelijk van het onderwerp.

Hier zijn een paar kenmerken van zijn werk, gebaseerd op de zoekresultaten:



  • Academische achtergrond: Flamend heeft Germaanse Filologie en Filosofie gestudeerd, wat vaak doorschemert in zijn werk. Hij kan diepgravend en analytisch zijn.


  • Literatuurkritiek: Hij heeft literaire kritiek geschreven voor gerenommeerde bladen. Dit betekent dat hij bedreven is in het analyseren en interpreteren van teksten, en dat hij een scherpe pen heeft.


  • Zakelijke ervaring: Flamend heeft ook in het bedrijfsleven gewerkt, onder andere als commercieel directeur. Dit kan leiden tot een pragmatische en concrete schrijfstijl, met aandacht voor communicatie en overtuiging.


  • Diversiteit aan onderwerpen: Hij schrijft over literatuur, fictie, communicatie en poëzie. Zijn stijl kan dus variëren van beschouwend en essayistisch tot verhalend en poëtisch.


  • Interesse in maatschappelijke thema's: Er is sprake van een interesse in maatschappelijke betrokkenheid en de spanning tussen eigenbelang en het belang van anderen.


  • Voorbeeldtekst (poging tot Flamend-stijl, met focus op maatschappij en communicatie):



    "De echo's van gisteren resoneren vandaag in de kakofonie van het nu. We wentelen ons in een schijnbare urgentie, geobsedeerd door de vluchtigheid van het digitale, terwijl de fundamentele vragen blijven knagen. Waar zijn we toch mee bezig? Het is een retorische vraag, natuurlijk, want het antwoord ligt besloten in de collectieve ontkenning. We communiceren meer dan ooit, maar begrijpen elkaar minder dan ooit. De woorden zijn leeggelopen, ontdaan van hun betekenis, gereduceerd tot oppervlakkige buzzwords die als confetti worden rondgestrooid in de virtuele ruimte. We meten succes in likes en retweets, in plaats van in empathie en verbinding. De kloof tussen wat we zeggen en wat we bedoelen gaapt als een afgrond, en we balanceren op de rand, blind voor het onvermijdelijke. Misschien, heel misschien, is het tijd om even stil te staan, om de echo's van het verleden te herwaarderen, om de stilte te omarmen, om de woorden opnieuw te laden met betekenis. Want uiteindelijk is het niet de kwantiteit van de communicatie die telt, maar de kwaliteit van de verbinding."

    Om een nog betere tekst in de stijl van Jan Flamend te schrijven, zou het nuttig zijn als je me het volgende kon vertellen:

  • Over welk onderwerp moet de tekst gaan?
  • Voor welk medium is de tekst bedoeld? (bv. een essay, een blogpost, een recensie)
  • Welk aspect van zijn stijl vind je het meest kenmerkend?
  • Met meer informatie kan ik de tekst beter afstemmen op jouw wensen.





    top